Een belangrijk deel van de informatie die tegenwoordig beschikbaar is over de oude honden van de indianen is de verdienste van Kim La Flamme. Na 50 jaar van inspanningen om de kennis te verzamelen, kunnen conclusies worden getrokken met betrekking tot het leven van honden en mensen, de verspreiding en de fokpraktijken. Het volgende onderdeel geeft een kort overzicht van de verschillende soorten primitieve honden in Amerika en van hun verspreiding.

 

Men vermoedt dat de relatie tussen mens en hond in Amerika al 15 000 jaar teruggaat. De eerste geschreven documenten verschijnen echter pas na de officiële ontdekking van Amerika. Op zijn zoektocht naar de zeven gouden steden van Cibola, verkende de Spaanse ontdekkingsreiziger Francisco Coronado de nieuwe wereld. Hij vond er geen goud, maar bizons, indianen en de Plains Indian Dog.

 

Volgens de geschriften van Europese ontdekkingsreizigers en avonturiers leefden de meeste honden op de prairie van Noord-Amerika. De eerste documenten over honden die mensen vergezelden, beschreven deze als een kruising tussen een wolf en een vos. Dit is aannemelijk omdat de Europeanen de coyote toen nog niet kenden. Andere beschrijvingen van wilde honden in verschillende gebieden van het continent lijken op coyotes te wijzen. Zelfs toen waren er mensen die beweerden dat de honden van de indianen van deze wilde honden afstamden. Kim La Flamme is er tot op vandaag van overtuigd dat de American Indian Dog afstamt van de coyote en niet van de grijze wolf.

 

Onderzoek heeft aangetoond dat de oude honden van de indianen geografische verschillen vertoonden. Honden in het noorden waren eerder groot met een dikke vacht, honden in het zuiden waren kleiner en minder wollig. Samenkomen met andere stammen vormde een deel van de indiaanse traditie en daarbij werden materiële en niet-materiële zaken uitgewisseld en traditionele ceremonieën uitgevoerd. Ook honden werden verhandeld. De eerste fokkers begrepen hoe ze de dieren onderling moesten uitwisselen om ze te fokken op een manier die de genetische diversiteit ten goede kwam en de gewenste eigenschappen  bevorderde. Op die manier werden de primitieve hondentypes uit de verschillende geografische regio’s doorgegeven tussen de stammen en gecombineerd. Hoewel de respectievelijke hondentypes bleven bestaan, verscheen centraal in de prairie een kruising van alle verschillende types: de Plains Indian Dog. De Plains Indian Dog is een combinatie van alle andere verschillende types omdat de stammen die zich in de prairie bevonden de mogelijkheid hadden om honden te verhandelen met alle stammen uit de 4 windrichtingen. Daardoor bevatte de Plains Indian Dog alle andere types van primitieve honden. Doordat zij de honden dagelijks gebruikten voor allerlei taken, bracht dit een selectie voor het fokken teweeg die leidde tot een door handel gedreven dynamiek vanuit de prairie naar de omliggende gebieden. Dit creëerde gezonde, veelzijdige en diverse honden.